PSALM 30

Psalm 30


Informatie en bladmuziek over Psalm 30

Tekst en zang 1773 en Datheen

Product vergelijk (0)


18 psalmbewerkingen 1 - Leen Schippers

18 psalmbewerkingen 1 - Leen Schippers

Schippers, Leen

18 psalmbewerkingen 1 van Leen SchippersInhoud:Psalm: 118,Psalm 45Psalm 33Psalm 25Psalm 101Psalm 93P..

€ 13,95

Psalmen in voorspelen en zettingen 1 - Jan van Westenbrugge

Psalmen in voorspelen en zettingen 1 - Jan van Westenbrugge

Westenbrugge, Jan van

Psalmen in voorspelen en zettingen 1 van Jan van WestenbruggeInhoud:Psalm 1Psalm 6Psalm 8Psalm 19Psa..

€ 14,45

150 psalmen deel 2 - Nico de Mes

150 psalmen deel 2 - Nico de Mes

Mes, Nico de

150 psalmen deel 2 van Nico de MesInhoud:Psalmen 16-30 ..

€ 13,45

Contrapuntische Psalmkoralen 02 - Wim van der Steen

Contrapuntische Psalmkoralen 02 - Wim van der Steen

Steen, Wim van der

Contrapuntische Psalmkoralen 02 van Wim van der SteenInhoud:Psalmen 16 t/m 30..

€ 10,95

Psalmen 026-050 - Gerrit Jan van de Werfhorst

Psalmen 026-050 - Gerrit Jan van de Werfhorst

Werfhorst, Gerrit Jan van de

Psalmen 26-50 van Gerrit Jan van de WerfhorstInhoud:Psalmen 26-50 ..

€ 15,95

18 Psalmbewerkingen 6 - Leen Schippers

18 Psalmbewerkingen 6 - Leen Schippers

Schippers, Leen

18 Psalmbewerkingen 6 van Leen SchippersInhoud:1. Psalm 302. Psalm 443. Psalm 1464. Psalm 575. Psalm..

€ 13,95

Weergeven 1 t/m 6 van in totaal 6

Psalm 30

1 Een psalm, een lied der inwijding van Davids huis.
2 Ik zal U verhogen, HEERE, want Gij hebt mij opgetrokken, en mijn vijanden over mij niet verblijd.
3 HEERE, mijn God! ik heb tot U geroepen, en Gij hebt mij genezen.
4 HEERE! Gij hebt mijn ziel uit het graf opgevoerd; Gij hebt mij bij het leven behouden, dat ik in den kuil niet ben nedergedaald.
5 Psalmzingt den HEERE, gij Zijn gunstgenoten! en zegt lof ter gedachtenis Zijner heiligheid.
6 Want een ogenblik is er in Zijn toorn, [maar] een leven in Zijn goedgunstigheid; des avonds vernacht het geween, maar des morgens is er gejuich.
7 Ik zeide wel in mijn voorspoed: Ik zal niet wankelen in eeuwigheid.
8 [Want], HEERE! Gij hadt mijn berg door Uw goedgunstigheid vastgezet; [maar] [toen] Gij Uw aangezicht verborgt, werd ik verschrikt.
9 Tot U, HEERE! riep ik, en ik smeekte tot den HEERE:
10 Wat gewin is er in mijn bloed, in mijn nederdalen tot de groeve? Zal U het stof loven? Zal het Uw waarheid verkondigen?
11 Hoor, HEERE! en wees mij genadig; HEERE! wees mij een Helper.
12 Gij hebt mij mijn weeklage veranderd in een rei; Gij hebt mijn zak ontbonden, en mij met blijdschap omgord;
13 Opdat [mijn] eer U psalmzinge, en niet zwijge. HEERE, mijn God! in eeuwigheid zal ik U loven.

Psalm 30

Vers 1
Ik zal met hart en mond, o HEER,
Uw naam verhogen en Uw eer,
Dewijl Gij mij Uw bijstand boodt,
Mij optrokt uit den diepsten nood;
Zodat de vijand, in mijn lijden,
Zich over mij niet mocht verblijden.

Vers 2
Mijn God, Gij hebt mij, op mijn klacht,
Genezen, en mijn smart verzacht;
Gij hebt mijn ziel, door angst beroerd,
Als uit het graf weer opgevoerd;
Gij hebt het leven mij geschonken:
Ik ben niet in den kuil gezonken.

Vers 3
Psalmzingt, Gods gunstgenoten, geeft,
Geeft lof den HEER, die eeuwig leeft;
Zijn vlekkeloze heiligheid
Zij ter gedachtenis verbreid.
Een ogenblik moog' ons doen beven;
Zijn gunst verduurt een eeuwig leven.

Vers 4
Perst eens de bitt're tegenspoed,
Des avonds, het benauwd gemoed
Tot naar gejammer en geklag;
Nauw rijst des morgens vroeg de dag,
Of God verleent, in plaats van lijden,
Weer stof tot juichen en verblijden.

Vers 5
Ik sprak, door mijn geluk misleid:
"Ik wankel niet in eeuwigheid".
Want Gij hadt mijnen berg, o HEER,
Door Uwe gunst, Uw naam ter eer,
Zo vast gezet, alsof gevaren
En rampen nu verdwenen waren.

Vers 6
Maar, toen G' U slechts een ogenblik
Verbergdet, trof mij vrees en schrik.
Dies riep ik om Uw heilgenot;
Ik smeekt', en zeid': "O grote God!
Wat winst is uit mijn bloed te halen?
Waartoe zou ik ten grave dalen?

Vers 7
Zou in den kuil 't ontzielde stof
Den mond ontsluiten tot Uw lof,
En van Uw redding zingen? Zou
Het daar verkondigen Uw trouw?
Hoor mij, o HEER, help mij genadig;
Bekroon mij met Uw gunst gestadig".

Vers 8
Gij hebt mijn weeklacht en geschrei
Veranderd in een blijden rei;
Mijn zak ontbonden, en mij weer
Met vreugd omgord; opdat mijn eer
Niet zwijg'. Zo klimt Uw lof naar boven;
Mijn God, U zal ik eeuwig loven.

Psalm 30

Vers 1
Nadat Gij, Heer, mij hebt bevrijd,
En dat Gij ook nimmermeer lijdt,
Dat mijn vijanden hebben vrij
Oorzaak, om te spotten met mij;
Den prijs, dien Gij hierom zijt waardig,
Te zingen wil ik zijn volvaardig.

Vers 2
Als ik U heb geroepen aan,
Gezondheid heb ik, Heer! ontvaan.
Ik was ter helle gedaald schier,
Als Gij mij uittokt goedertier:
't Leven hebt Gij mij willen sparen.
Daar ik in 't graf was afgevaren.

Vers 3
Gij all' die Zijn goedheid bekent,
Verbreidt Zijn eer, maakt zonder end
Heerlijk Zijnen Naam, naar Zijn woord.
God is nimmermeer zo verstoord,
Of Zijnen toorn, die elk doet schrikken.
En vergaat gans zeer haastelikken.

Vers 4
Maar Zijn genaad' en goedigheid,
Door ons gans leven Hij uitspreidt;
Daarom het ook dikwijls geschiedt,
Dat wij 's avonds hebben verdriet;
Maar als de dag is opgestanden,
Komt ons oorzaak van vreugd voorhanden.

Vers 5
Als 't mij al naar mijnen lust ging,
Bij mij te spreken ik aanving:
Ik ben nu zeker wel verzorgd;
Want Uw goedheid was mijnen borcht,
Uw kracht onderhield mij, Heer goedig!
Gij gaaft mij alles overvloedig.

Vers 6
Maar als Gij hebt Uw aanzicht haast
Afgewend, mijn hart werd verbaasd;
Dan riep ik tot den Heere goed,
En sprak tot Hem in groot ootmoed:
Heer, wat nut zult Gij toch ontvangen,
Als mijn leven zal zijn vergangen?

Vers 7
Als ik tot stof ben gemaakt, Heer!
Zal ik dan vorderen Uw eer?
Of verbreiden Uw waarheid klaar?
Verhoor mij toch in dit gevaar;
Wil mij naar Uw goedheid aanmerken,
Zijt mijn Bewaarder, wil mij sterken.

Vers 8
Gij hebt mijn benauwdheid verkeerd
In vreugd, en hebt den zak geweerd,
Des druks en mij met vreugd bekleid;
Dies zal met lofzang zijn verbreid
Door mij Uwen lof en Uw krachten,
Die bestaan in alle geslachten.