PSALM 33

Psalm 33


Informatie en bladmuziek over Psalm 33

Tekst en zang 1773 en Datheen

Product vergelijk (0)


Eenvoudige Psalmimpressies voor piano - Gerrit Koele

Eenvoudige Psalmimpressies voor piano - Gerrit Koele

Koele, Gerrit

Eenvoudige Psalmimpressies voor piano van Gerrit KoeleInhoud:Psalm 68 (36)Psalm 6Psalm 62 (24,95,111..

€ 10,95

Fantasie, fuga en koraal over Psalm 33 - Christiaan Ingelse

Fantasie, fuga en koraal over Psalm 33 - Christiaan Ingelse

Ingelse, Christiaan

Fantasie, fuga en koraal over Psalm 33 van Christiaan Ingelse Inhoud: Een concertstuk in drie dele..

€ 14,95

Koraalvoorspelen 1 - Johan van Dommele

Koraalvoorspelen 1 - Johan van Dommele

Dommele, Johan van

Koraalvoorspelen van Johan van DommeleInhoud:  Psalm 2, 6, 12, 15, 27, 35, 46, 52, 57, 67 (3..

€ 12,95

Psalmen in voorspelen en zettingen 1 - Jan van Westenbrugge

Psalmen in voorspelen en zettingen 1 - Jan van Westenbrugge

Westenbrugge, Jan van

Psalmen in voorspelen en zettingen 1 van Jan van WestenbruggeInhoud:Psalm 1Psalm 6Psalm 8Psalm 19Psa..

€ 14,45

Psalmen voor orgel 2 - Jan Vermeulen

Psalmen voor orgel 2 - Jan Vermeulen

Vermeulen, Jan

Psalmen voor orgel 2 van Jan VermeulenInhoud:Trio en koraal psalm 33Orgelkoraal, fugato en koraal p..

€ 9,95

Psalmen 026-050 - Gerrit Jan van de Werfhorst

Psalmen 026-050 - Gerrit Jan van de Werfhorst

Werfhorst, Gerrit Jan van de

Psalmen 26-50 van Gerrit Jan van de WerfhorstInhoud:Psalmen 26-50 ..

€ 15,95

150 psalmen deel 3 - Nico de Mes

150 psalmen deel 3 - Nico de Mes

Mes, Nico de

150 psalmen deel 3 van Nico de MesInhoud:Psalmen 31-45 ..

€ 13,45

Contrapuntische Psalmkoralen 03 - Wim van der Steen

Contrapuntische Psalmkoralen 03 - Wim van der Steen

Steen, Wim van der

Contrapuntische Psalmkoralen 03 van Wim van der SteenInhoud:Psalmen 31 t/m 45..

€ 10,95

Psalmen voor piano deel 3 - Martien van der Zwan

Psalmen voor piano deel 3 - Martien van der Zwan

Zwan, Martin van der

Psalmen voor piano deel 3 - Martien van der Zwan Met bewerkingen over: - Psalm 27 - Psalm 4- Psalm ..

€ 11,95

Musica Selecta deel 12 - Feike Asma

Musica Selecta deel 12 - Feike Asma

Asma, Feike, Kooijmans, Wybe

Musica Selecta deel 12 van Feike AsmaNieuwe notaties bijeengebracht door Wybe KooijmansInhoud:P..

€ 10,00

Op hoge toon - Cor van Dijk

Op hoge toon - Cor van Dijk

Dijk, Cor van

Op hoge toon van Cor van DijkInhoud:Acht Psalmen in twee toonsoorten:Psalm 33Psalm 54Psalm 68Psalm ..

€ 11,95

Psalm 33:1 - Pieter Heykoop

Psalm 33:1 - Pieter Heykoop

Heykoop, Pieter

Psalm 33:1 van Pieter HeykoopInhoud:Intrada over Psalm 33:1"Zingt vrolijk, heft de stem naar boven."..

€ 7,95

Weergeven 1 t/m 12 van in totaal 12

Psalm 33

1 Gij rechtvaardigen! zingt vrolijk in den HEERE; lof betaamt den oprechten.
2 Looft den HEERE met de harp; psalmzingt Hem met de luit, [en] het tiensnarig instrument.
3 Zingt Hem een nieuw lied; speelt wel met vrolijk geschal.
4 Want des HEEREN woord is recht, en al Zijn werk getrouw.
5 Hij heeft gerechtigheid en gericht lief; de aarde is vol van de goedertierenheid des HEEREN.
6 Door het Woord des HEEREN zijn de hemelen gemaakt, en door den Geest Zijns monds al hun heir.
7 Hij vergadert de wateren der zee als op een hoop; Hij stelt den afgronden schatkameren.
8 Laat de ganse aarde voor den HEERE vrezen; laat alle inwoners van de wereld voor Hem schrikken.
9 Want Hij spreekt, en het is er; Hij gebiedt, en het staat er.
10 De HEERE vernietigt den raad der heidenen; Hij breekt de gedachten der volken.
11 [Maar] de raad des HEEREN bestaat in eeuwigheid, de gedachten Zijns harten van geslacht tot geslacht.
12 Welgelukzalig is het volk, welks God de HEERE is; het volk, dat Hij Zich ten erve verkoren heeft.
13 De HEERE schouwt uit den hemel, en ziet alle mensenkinderen.
14 Hij ziet uit van Zijn vaste woonplaats op alle inwoners der aarde.
15 Hij formeert hun aller hart; Hij let op al hun werken.
16 Een koning wordt niet behouden door een groot heir; een held wordt niet gered door grote kracht;
17 Het paard feilt ter overwinning, en bevrijdt niet door zijn grote sterkte.
18 Ziet, des HEEREN oog is over degenen, die Hem vrezen, op degenen, die op Zijn goedertierenheid hopen.
19 Om hun ziel van den dood te redden, en om hen bij het leven te houden in den honger.
20 Onze ziel verbeidt den HEERE: Hij is onze Hulp en ons Schild.
21 Want ons hart is in Hem verblijd, omdat wij op den Naam Zijner heiligheid vertrouwen.
22 Uw goedertierenheid, HEERE! zij over ons; gelijk als wij op U hopen.

Psalm 33

Vers 1
Zingt vrolijk, heft de stem naar boven,
Rechtvaardigen, verheft den HEER.
Het past oprechten, God te loven;
Zingt Zijnen groten naam ter eer.
Prijst Hem in uw psalmen,
Met de schoonste galmen;
Roept Zijn weldaan uit;
Laat de keel zich paren
Met den klank der snaren;
Looft Hem met de luit.

Vers 2
Roemt nu met nieuwe lofgezangen
De nieuwe blijken van Zijn gunst;
Het speeltuig moet dien toon vervangen;
Heft vrolijk aan, wijdt Hem uw kunst.
Alles moet Hem eren;
Want het woord des HEEREN,
't Richtsnoer Zijner daân,
Is volmaakt rechtvaardig,
Al onz' achting waardig;
Eeuwig zal 't bestaan.

Vers 3
Hij schept in 't heilig recht behagen;
Zijn wijsheid is alom verspreid;
Men hoort al 't wereldrond gewagen
Van Zijne goedertierenheid.
's HEEREN alvermogen
Bracht de hemelbogen
Door Zijn woord in 't licht;
Heeft de flonkervuren,
Die den tijd verduren,
Door Zijn Geest gesticht.

Vers 4
Hij doet de grote waat'ren zwellen,
Te zaâm vergaad'ren tot een hoop,
En naar den diepen afgrond snellen,
Daar zij beperkt zijn in hun loop.
Laat al d' aard' Hem vrezen,
Die, als 't Opperwezen,
't Al heeft voortgebracht;
Laat de wereld schrikken;
Laat z' all' ogenblikken
Sidd'ren voor Zijn macht.

Vers 5
Geen ding geschiedt er ooit gewisser,
Dan 't hoog bevel van 's HEEREN mond:
Zijn Godd'lijk' almacht spreekt, en 't is er,
Zijn wil gebiedt, en 't wordt terstond.
Schoon de heid'nen samen
List op list beramen,
God verbreekt hun raad;
Schoon de mogendheden
Snood ontwerpen smeden,
Hij belacht haar haat.

Vers 6
Maar d' altoos wijze raad des HEEREN
Houdt eeuwig stand, heeft altoos kracht;
Niets kan Zijn hoog besluit ooit keren;
't Blijft van geslachte tot geslacht.
Zalig moet men noemen,
Die hun Maker roemen
Als hun HEER en God;
't Volk, door Hem tevoren
Gunstig uitverkoren
Tot Zijn erv' en lot.

Vers 7
De grote Schepper aller dingen
Ziet, uit het ongenaakbaar licht,
Het gans gedrag der stervelingen;
Niets is bedekt voor Zijn gezicht.
Uit Zijn vaste woning,
Daar Hij heerst als Koning,
Daar Zijn lof, Zijn eer,
Klinkt door al de bogen,
Zien Zijn Godd'lijk' ogen
Op al 't mensdom neer.

Vers 8
't Is God, aan tijd noch plaats verbonden,
Wiens toezicht over alles gaat;
Die't harte vormt en kan doorgronden;
Die aller werken gadeslaat.
Schilden, bogen, dolken,
Dappre oorlogsvolken,
Wijsheid, moed noch kracht,
Kunnen ooit in 't strijden,
Enig vorst bevrijden,
Zonder 's HEEREN macht.

Vers 9
Het briesend paard moet eind'lijk sneven,
Hoe snel het draav' in 't oorlogsveld;
't Kan niemand d' overwinning geven;
Zijn grote sterkte baat geen held.
Neen, de HEER der heren
Doet ons triumferen;
Hij, geducht in macht,
Slaat elk gunstig gade,
Die op Zijn genade
In benauwheid wacht.

Vers 10
Zijn machtig' arm beschermt de vromen,
En redt hun zielen van den dood;
Hij zal hen nimmer om doen komen
In duren tijd en hongersnood.
In de grootste smarten
Blijven onze harten
In den HEER gerust;
'k Zal Hem nooit vergeten,
Hem mijn Helper heten,
Al mijn hoop en lust.

Vers 11
Laat ons alom Zijn lof ontvouwen:
In Hem verblijdt zich ons gemoed,
Omdat wij op Zijn naam vertrouwen,
Dien Naam, zo heilig, groot en goed.
Goedertieren Vader,
Milde zegenader,
Stel Uw vriend'lijk hart,
Op Wiens gunst wij hopen,
Eeuwig voor ons open;
Weer steeds alle smart

Psalm 33

Vers 1
Weest nu verheugd, al gij oprechten,
In God den Heer u al verblijdt;
Dat lof in den mond Zijner knechten
Is heerlijk en schoon t' allen tijd.
Met harpen vol snaren
Wilt nu openbaren
Zijnen prijs en eer;
Dat psalters en kelen
Nu zingen en spelen
Onzen God en Heer.

Vers 2
Zingt den Heere, zijnde met vreugden,
Nieuw' lofzangen lieflijk en zoet;
Op den psalter Zijn lof, Zijn deugden
Spelet en maakt geneugte goed.
Want 't bevel des Heeren,
Dat Hij ons wil leren,
Is recht en eerbaar.
Zijn woorden en werken,
Zijn zo men kan merken,
Zeker en gans waar.

vers 3
Hij bemint zeer tot allen tijden
Dat recht en de gerechtigheid;
D' aard' is ook vol aan alle zijden
Van Zijn grote barmhartigheid.
God, door 't Woord geprezen,
Schiep (alzo wij lezen)
Dat hemelse plein;
Door Zijnen Geest krachtig
Maakte Hij waarachtig
's Hemels krachten rein.

Vers 4
God vergaderd' in 't meer te zame,
Als in een vat, dat water al;
Hij bewaarde dat zeer bekwame
In 't afgrondische diepe dal.
Dies moet nu elk vruchten,
God vrezen en duchten,
Die 't al maakt' uit niet;
Dat een iegelijke,
God in krachten rijke
Vreez' als hij dit ziet.

Vers 5
Want al wat de Heer heeft gesproken,
Is haastelijk geweest gedaan.
Zijn gebod heeft niemand gebroken,
Maar 't is geschied van stonden aan.
Der heid'nen raadslagen,
Die Hem niet behagen;
Hij zeer haast verstoort.
Der volken gedachten,
En ook al haar krachten
Verwerpt Hij nu voort.

Vers 6
Maar de voorzichtigheid des Heeren
Doet Zijn voornemen vast bestaan;
Dat Hij eens besluit t' Zijner ere
Zal zonder hindering voortgaan.
Welzalig moet wezen
't Volk, dat God met dezen
Houdt voor zijnen Heer,
Welzalig al voren
Zijn ze, die verkoren
Zijn tot Godes eer.

Vers 7
God ziet nederwaarts vroeg en spade
Uit den hemel in de wer'ld groot.
De mensen al slaat Hij wel gade,
Zij zijn all' voor Zijn ogen bloot,
God uit Zijnen trone,
Die vast is en schone,
Met vlijt ook acht geeft
Op den mens ellendig,
En wat hier behendig
Hem beweegt en leeft.


Vers 8
Want God, door Zijn kracht hoog verheven
Maakte des mensen hart allein;
Dies weet Hij allerbest daarneven,
Dat zijn werken gaar zijn onrein.
Krijgsknechten met hopen
In stormen en lopen
Kunnen door haar macht,
Koningen noch helden
Helpen in de velden
Door haar sterke kracht.

Vers 9
Hij dwaalt zeer, die daar meent te wezen
Beschermd door zijn paard sterk en groot;
Door zijn kracht werd niemand genezen;
Noch geholpen uit strijd en nood.
Maar God wil bewaren
Alle Zijn dienaren,
Die Hem vruchten vroed,
En die in 't benauwen,
Op Hem vast betrouwen,
En op Zijn woord goed.

Vers 10
Hij zal wel bevrijden haar leven,
Als hun de dood zal doen geweld;
En zal hun ook haar spijze geven,
Als zij met honger zijn gekweld.
Dat ons hart Hem prijze
En ere bewijze
Met hoop onbezorgd;
Op Hem wij ons gronden,
Hij is t' allen stonden
Onze schild en borcht.

Vers 11
In Hem zullen wij ons verheugen
Van harten naar Zijn godd'lijk woord;
Want op Zijn kracht en vermeugen
Alleen staan, alzo dat behoort.
O mijn God almachtig,
Maak ons toch deelachtig
Uwer goedigheid;
Want wij op U rusten
En hopen met lusten
In der eeuwigheid.